Nederlandse krijgsmacht versnelt ruimte-ambities: hoe zit het met Europa’s afhankelijkheid?

Defensie heeft grote plannen in de ruimte: er komen vier extra satellieten aan, waarmee Nederland een steviger positie in de baan rond de aarde wil innemen. Dit gaat niet onopgemerkt voorbij, want Europa en Nederland leunen sterk op SpaceX van Elon Musk voor lanceringen en op Starlink voor kritieke communicatie. Hoewel de lage kosten en hoge lanceerfrequentie aantrekkelijk zijn, leidt deze situatie tot zorgen over soevereiniteit en politieke invloed van een private partij. Wanneer de militaire inzet in de ruimte groeit, wordt de roep om een eigen lanceercapaciteit en heldere regulering in Europa steeds luider. Eén vraag blijft knagen: hoeveel controle hebben we nu écht?

Opschalen in de ruimte, maar tegen welke prijs?

De ambitie van Defensie om meer satellieten te lanceren, toont aan dat de militaire aanwezigheid in de ruimte een serieuze vlucht neemt. Aanvankelijk leken deze kleine ‘nanosatellieten’ vooral handig voor snelle verbindingen en eenvoudige missiesteun, maar de snelle technologische vooruitgang heeft hun strategische rol duidelijk vergroot. Ondertussen maakt Europa voor lanceermogelijkheden nog grotendeels gebruik van SpaceX, simpelweg omdat de Europese alternatieven minder vaak beschikbaar zijn en fors duurder uitvallen. Dit zet druk op de wens om minder afhankelijk te zijn van private spelers buiten Europa of zelfs buiten onze politieke invloedsfeer.

Tegelijkertijd groeit de vraag naar internationale regulering. Als elk land – of zelfs elk bedrijf – satellieten de ruimte instuurt om militaire taken te vervullen, ontstaat er een risico op ‘ruimteconflicten’. Met name nu drones het luchtruim al gedomineerd hebben, wordt gevreesd dat onduidelijke regels in de ruimte tot nieuwe wapenwedlopen kunnen leiden. De investeringsbereidheid vanuit defensiebudgetten zit in de lift, maar de vraag is of Europa met eigen lanceer- en satellietcapaciteit op tijd kan opboksen tegen commerciële reuzen die nu de ruimte domineren.

De kern van de afhankelijkheid

Het meest prangende issue is de afhankelijkheid van Elon Musks Starlink en SpaceX. Zo gebruikt het Nederlandse en Europese leger satelliet- en lanceerdiensten van één private partij die niet rechtstreeks aan de controle van Europese overheden onderhevig is. Hoewel satellieten van SpaceX goedkoop en snel te lanceren zijn, is er altijd de kans dat deze diensten plotseling worden beperkt of duurder worden. Militaire data kan bovendien gevoelig liggen, en een externe partij zou in theorie invloed kunnen uitoefenen op hoe, wanneer en of bepaalde missies worden uitgevoerd. Door dit ‘monopolie’ ontstaat een fundamentele vraag: hoever wil Europa deze macht uit handen geven?

Conclusie

De lancering van vier nieuwe Nederlandse defensiesatellieten laat zien dat de krijgsmacht serieus inzet op ruimtecapaciteiten. Tegelijkertijd blijven we sterk afhankelijk van een corporate ruimtegigant die zowel ons toegang tot, als communicatie in, de ruimte garandeert. Om deze wankele machtsbalans te corrigeren, is meer Europese inzet op eigen lanceersystemen en satellietnetwerken cruciaal. Dit biedt niet alleen een impuls voor technologische innovatie, maar verkleint ook het risico dat Europese defensiebelangen in het gedrang komen. Of deze investeringen op tijd komen en groot genoeg zijn om de al bestaande voorsprong van privébedrijven te doorbreken, blijft echter de grote vraag.

Meer van de auteur

EU-ministers schudden startup-landschap wakker met oproep tot deregulering